Toen ik vandaag op de tram stapte moest ik aan mijn oude knipselmap denken. Tijdens mijn studententijd hield ik artikels en vooral foto’s die ik leuk vond bij in een dikke map. Daarin zaten twee foto’s met als opschrift: “We houden er niet van als ‘vreemde’ mensen te dicht naast ons komen staan“.
De tram zat halfvol. Of anders gezegd: op iedere bank zat één persoon. Ik moest dus naast één van die ‘vreemden’ gaan zitten. Sommige plaatsen waren al uitgesloten want die waren bezet met boodschappen en handtassen. Andere plaatsen werden keurig afgeschermd met een krant. Een bruuske beweging van de tram dwong mij op het zitje naast een oude dame. Haar pruimenmondje stond zuur en uit haar gezucht en gewrikkel kon ik opmaken dat mijn gezelschap niet op prijs werd gesteld.
Aan de volgende halte stapte een man op waarvan we zonder liegen kunnen zeggen dat hij wansmakelijk bezopen was. Je kon zelfs zien dat hij stonk. Met waterige ogen speurde hij de halfvolle tram af. En ik zag iedereen denken: ‘Niet naast mij! Alstublief, niet naast mij!’ Met aarzelende passen kwam de man in beweging. Hij stopte even, slikte en waggelde. Er stond paniek in zijn ogen. Een kramp van onbehagen schoot door de tram. De dame naast mij siste.
Kijk, op dergelijke momenten kan ik niet anders dan ingrijpen, dan moet ik helpen. Ik sprong recht nam de man bij de arm en zei: “mijnheer, ga gerust op mijn plaats zitten, ik moet de volgende halte toch afstappen.’ De man was merkbaar aangedaan en nam dankbaar plaats naast de oude dame. Ik stapte af en zag hoe de man zat te praten tegen de mevrouw. ‘Zo,’ dacht ik, ‘die hebben we ook mooi samengebracht,’ en stapte fluitend de regenachtige straten van Gent in.
Het begon allemaal met een beduimelde plaat uit de collectie van mijn vader: ‘Johnny Cash live at San Quentin Prison’. De hoes sprak mij onmiddellijk aan: het blauwe silhouet van een nederig man. Al na de eerste luisterbeurt was ik verkocht, een kwakende gitaar, een diepe grafstem en een troep bijna-muitende gevangenen die door ‘the man in black’ voortdurend opgehitst worden. Kortom: een live-plaat met ballen. Nu, ik ben soms nogal een naïve kloot en goedgelovigheid is mij niet vreemd, zeker wanneer het om een mooi verhaaltje gaat. Zo heeft ‘een vriend’ mij ooit verteld dat Johnny ‘s vader één van de gedetineerden in het publiek was. Volgens die zelfde ‘makker’ is zijn vader zelfs duidelijk zichtbaar op een foto aan de achterkant van de hoes. Een gebroken man die ontroerd opkijkt naar zijn zingende zoon. Schitterend verhaal! Een verhaal dat ik ook al menige keren, met de pretentie van een kenner, op café verteld heb. Wat blijkt nu: dat de hele historie godverdomme verzonnen is. Ik ben er met mijn beide plompe voeten in getrapt. Of niet? Ik weet het echt niet meer… Wil de klootzak, die mij dit broodje aap verhaal serveerde, zich NU kenbaar maken, alstublieft! Ik schaam mij godverdomme dood!
O ja, die film over Johnny Cash (Walk the line), schitterende film…
We kennen allemaal de prachtige song van Georges Harrison, “while my guitar gently wheeps”. Voor de onverlaten die dit schitterende stukje hedendaagse muziek niet kennen, klik hier voor een versie met Tom Petty op zang en Prince als verdienstelijke gitaarwurger. Deze compositie is al door menig muzikant door de gehaktmolen gedraaid, maar wat deze japanner met zijn ukulele doet is ronduit schitterend.
Ik ben dood vandaag! Ik heb de hele week hard gewerkt, al mijn vrije uren zat ik in CC het groenendal (Merelbeke) om ‘Loebas’ in een leuk technisch kleedje te stoppen. Ondertussen, waarom niet, werd er nog een beetje gesleuteld aan de teksten en werd het geheel lekker gerepeteerd. Als kers op de taart gisteren, na een lange werkdag op mijn ‘echte job’ het beestje opgevoerd in de Minard schouwburg (Gent). Maar hier zit een tevreden man. Het publiek lustte het wel, ze hebben gelachen en dat was nu net de bedoeling. Er zaten ook een paar recensie-schrijvende mensen in de zaal, wat altijd goeie reclame is. Lees op gentblogt en wittenond. Jongens toch, ik ben content! Hard werken loont, beste vrienden, zeg dat Henk het gezegd heeft.
* Tom Tollenaere van wittenond heeft foto’s getrokken.
* Dinsdag 7 februari stond er ook nog een kleine recensie in De Morgen.