Woehoe, wat zijn we toch ongeloofelijk hip! Deze week staan wij (= Liefje, de poes, ons meubels en ik) in de Weekend Knack. We zijn dus ‘vintageverzamelaars’ en vertellen in ‘ons favoriete weekblad’ over onze ‘topvondsten’. Okay, we hebben behoorlijk wat rommelmarkt- en kringloopspullen in ons huis staan, maar verwoede collectioneurs kan je ons moeilijk noemen.
Maar als er in een magazine ergens een pagina gevuld moet en wij kunnen helpen, dan doen we dat toch! Zeker als er een goeie grap in zit. Eén van de vraagjes was: ‘wat staat er nog op jullie verlanglijstje?’ Leest u zelf maar… Indedraad: een apparaat om röntgenfoto’s te maken… liefst uit de jaren zestig… Kent u iemand die ergens in een stoffig hoekje een oud Röntgenapparaat heeft liggen of denkt u zelf soms: ‘amai, dat ding staat hier lelijk in de weg’. Ik weet er wel raad mee.
Ik durf wel eens, onder het mom van een goeie grap, woorden verkeerd uitspreken. Zo spreek ik van Basmatico-azijn, knelsolder en bevestig ik alles met: ‘indedraad!’. Een schalks trekje dat ik van mijn vader heb geërfd. Hij spreekt ook altijd over “de minigolf” wanneer hij de microgolfoven bedoelt, heeft het over “de lieveling” in plaats van de woonkamer en his all-time favourite: MIETJES MET FROSSELS! Ja, ja, zelfs al tijdens mijn jeugdjaren was humor een rode draad door mijn bestaan.
In het begin zijn dergelijke grapjes leuk en geniet je van de vertwijfelde blikken: ‘oei, moet ik hem nu verbeteren of is dat onbeleefd?’ Zeker als je na een zware tegenslag met een uitgestreken gezicht zegt: ‘Tja, shit happenings! You win soms and you lose soms, hé!’ Maar na een tijdje worden die opzettelijke versprekingen, behalve irritant voor je naaste omgeving, ook een soort gewoonte. Dan floepen ze eruit zonder dat dat de bedoeling was. Of, wat nog erger is, weet je niet meer wat de juiste uitdrukking is. Je kan alles nog proberen verdoezelen onder het motto: ‘DYSLEXICS HAVE MORE FNU!’ maar als je jezelf op een mooie dag ‘mijn jeus neukt!’ of ‘jaha, dat liep van een gesmeerd dakje!’ hoort zeggen, dan is de lol er af… Dan is het een ziekte!
Onder bloggers bestaat het fenomeen ‘een stokje’. Dat wordt rondgegooid en de persoon die het toegeworpen krijgt moet dan antwoorden op de vragen. Nog een geluk dat er mensen zijn die dat af en toe eens kunnen uitleggen, want met al die moderne dingen…
Goed! De vraag is: waar was ik…
Eén jaar geleden:
Ik was net enkele maanden samen met mijn liefje, we kenden elkaar al een een tijdje (lees: 10 jaar!) maar ongeveer een anderhalf jaar geleden kruisten onze paden dan toch op het juiste moment. Ik was ook net in de prijzen gevallen op Humorologie waardoor een aantal deurtjes open gingen. Eén van die geopende deuren is mijn huidig bookingskantoor, een andere is het programma: ‘in de ban van Urbanus‘ (28 mei is het aan mij…). Ik reed toen al met de coolste auto van Gent en woonde in een nostalgisch studentennest, door sommigen ook wel een beschimmeld krot genoemd. Ik beschreef het als: ‘een Spartaanse tempel, met natuurlijk fresco’s!’ Dat het door de muren waaide maakte het toch allemaal des te gezelliger tussen de lakens.
5 jaar geleden:
Net afgestudeerd.
Veel ambities, geen enkele had iets met mijn diploma’s te maken (landbouwingenieur + een postgraduaat milieusanering). Net begonnen als lolbroek op het podium in een improvisatiegezelschap, waar ik ook met wisselend succes mijn eerste schuchtere pasjes als solo komiek waagde.
Na het zien van ‘O Brother Where Art Thou’ samen met twee vrienden een country trio opgericht. Ik verdiende de kost in het onderwijs en een klein beetje met optreden, al was dat vooral drinkgeld. Het was een tijd van vele ‘projecten’ en niet kunnen kiezen en vooral een periode van grootste plannen aan de toog.
10 jaar geleden:
Ik woelde nog rond in het ouderlijk nest. Net begonnen aan de groote studies in de groote stad. Maakte muziek met enkele plaatselijke helden in diverse groepjes van divers pluimage, bandjes met ronkende namen: Banana Tok Tok, Zucchini Waltz, Hanky Doodles Magic Noodles Show… Drank, drugs, veelwijverij… Mötley Crüe was een bende mietjes! Ik schreef maandelijks voor het blaadje van het jeugdhuis mijn nooit geëvenaarde, vlijmscherpe column: ZEEP! Ik droeg een oude kostuumvest, een versleten jeansbroek en een sik… mijn god! DIE SIK!
Viola! De traditie zegt dat ‘een stokje’ moet doorgegeven worden aan drie andere bloggers, dus …
And the winners:
:: Tomadde
:: Lilith
:: Eskimokaka
Niet dat ik de allerhandigste harry ben, maar soms werpt mijn gebricoleer toch nog vruchten af. Ik heb namelijk vandaag een CD-speler in onze auto gemonteerd. Het liep niet van een gesmeerd dakje, dat is waar, de kappen in mijn vingers zijn mijn getuige. Maar hij zit er toch maar lekker in, verdomme. Daarnet dan ook mijn triomf over de techniek gevierd met een rondje door de stad. Heerlijk! Songs for the deaf (QOTSA) loeihard door de boxen laten knallen, furieus heen en weer rockend aan het rode licht en luidkeels meezingen. YEAH! Vaarwel eenzame nachtelijke ritten, op de terugweg van een optreden, zappend op de radio tussen Disco Donna en Studio Muscles. En toen vroeg ik mij ineens af: ‘liefste lezertjes, wat is jullie favoriete cruisenummer?’
Eindelijk! Na lang verschuiven en uitstellen komt het dan toch op TV: in de ban van Urbanus. Zowat een jaar geleden werd mij gevraagd of ik zin had om samen met Urbanus en nog wat andere onnozelaars een sketchke te maken. ‘Zijde zot? NATUURLIJK!’ Was mijn weldoordachte antwoord. Er werd vanalles heen en weer gemaild en uiteindelijk werden we uitgenodigd om bij Urbanus zelf te komen barbecuen (ik begin er nog altijd een beetje van te tintelen). Lekker gegeten, veel gelachen, gevoetbald (ik zweer het, een bende voetballende komieken vindt terplekke zodanig veel regels uit, dat we het spel beter geschiftbal hadden genoemd)… een fan-tas-ti-sche dag! Een maand later werd alles ingeblikt en bijna een jaar later verschijnt het resultaat bij u thuis op de buis. Vraag mij niet of het grappig is, dat kan ik alleen maar hopen, ik heb het zelf ook nog niet gezien. Er is gelukkig al een voorfilmpje… de rest komt later. Popel, popel!