Sorry, ik was vergeten zeggen dat het voorstel is binnengerold. ‘t Is iets voor de radio maar niet het groooote project waarover ik het hier al eens gehad heb… Jezus, ‘t weer één van die vage verhaaltjes. Henk Rijckaert, de koning van de pionte-loze verhalen!
Ik krijg het maar niet onder de knie, dat wachten. Ik ben niet de meest geduldige mens. Voeg daar nog een gezonde dosis nieuwsgierigheid en nervositiet aan toe en je bekomt een explosieve cocktail. Een cocktail die hier de laatste dagen met liters wordt geschonken. In het begin van de week kreeg ik een telefoontje van een meneer. Hij vroeg mijn mailadres. Hij wou mij een voorstel doormailen. Ik zei dat ik benieuwd was. Hij lachte mysterieus en haakte in.
Oeh, spannend!
Maar sindsdien is het zeer stil in de mailbox. Iedere dag open ik– tintelend van de spanning — mijn postvakje, maar iedere keer is het een grote teleurstelling. Dat had ik vroeger ook al: elke ochtend holde ik naar de voordeur en hoopte dat er een brief van een verliefd meisje of een gevaarlijk staatsgeheim op de deurmat lag te wachten. Telkens suste ik me met de gedachte dat de post toch godverdomme trage klootzakken waren. Maar nu leven we in een wereld van moderne technologie en snelle vlotte efficiënte communicatie. Een mail verstuur je in een handomdraai. Dat kan het kleinste kind.
Waar blijft die mail! Dit is een foltering. En nu staat het weekend voor de deur… Dan werkt de post niet!
Ik ben geen hypochonder!
Ik heb echte ziektes!
Het heeft ook niks te maken met mannelijke kleinzierigheid. Ik ben echt ziek. Ik heb fotomimiek. Telkens er een camera in mijn richting draait, verkrampen mijn gelaatspieren tot een afzichtelijke grimas. Op veel foto’s is mijn smoel scheefgetrokken, staan mijn ogen paraplu of hangt mijn tong uit mijn smikkel. ‘Kan jij nu nooit eens normaal doen?’ is dan ook een vraag die men mij regelmatig in het gezicht slingert.
Maar zoiets gebeurt niet met opzet, het is echt een ziekte. En ik ben ook lang niet de enige…misschien heb jij zelf zo iemand in jouw familie: een tante die een panische grijns op haar gezicht krijgt wanneer een cameralens in haar richting wijst, een nonkel die zijn kin vooruit steekt en de rug recht, een nicht die haar ‘blokjes’ achter een stijve bovenlip verbergt of een moeder die met de handen in het haar ‘neen, neen, mijn haar, nu niet’ roept. Vele mensen gaan gebukt onder de symptomen van deze zware ziekte.
Gisteren namiddag was dan ook een ware foltering. Ik was het slachtoffer van een fotoshoot. Neen, niet voor één of ander hip week- of maandblad maar voor de affiche van Loebas. Ja, ik had er één zonder mijn kop kunnen maken, maar dat past niet bij mijn ijdelheid. Jammer genoeg lukt het me met de beste wil van de wereld niet om een beetje naturel uit te stralen. Voze koppen en scheve muilen, ja. Maar verleidelijk of mysterieus in de lens kijken, ho maar. Ik probeer wel, maar het resultaat is meestal een schaapachtige plechtigecommuniekop.
Zijn er trucs om deze dingen te overwinnen? Ik weet het niet. Bestaat er een medicijn voor deze vreselijk ziekte? Professionele hulp, nu!

Misschien kennen jullie hem al. Ik zag zijn werk voor het eerst in Deng, onlangs ergens in een boek en nu gezocht en gevonden op het internet: Banksy! Geniale, keiharde en super grappige graffiti.
Het zijn echte vrienden, mensen die ongevraagd een medemens ter hulp schieten!
Lieven, bedankt voor de gunst en natuurlijk ook dank aan Humo.
Op de markt toch maar weer een mooi staaltje van opvoeding gezien.
Moeder: ‘Allez, wat wil je? Jij mag kiezen.’
Kindje wijst naar een kraampje.
Moeder: ‘Toch geen warme wafel! In dit weer! Neem maar een ijsje, dat is lekker fris! Welke smaak wil je.’
Kindje murmelt.
Moeder: ‘Chocolade! Ventje toch! Neem maar pistache, dat is veel beter! Gij hebt soms rare ideeën!’
Kindje krijgt ijsje.
Moeder: ‘… en volledig opeten hé, want jij wil altijd vanalles, maar dan eet je de helft niet op!’
Ik hoop dat het zondag regent! Dat het stormt, hagelt, sneeuwt, ijzelt, dondert, bliksemt, wolkbreukt, met alles er op en er aan! Dan zit iedereen gezellig binnen, aan de beeldbuis gekluisterd, liefst zo rond een uur of 20.15. Want een paar maanden geleden werd het hier al aangekondigd, nu ook op de website van één. Zondag, op vaderdag, na het lekkere eten en het journaal komt het dan eindelijk op TV: de aflevering van ‘In de ban van Urbanus’ met mij!
Bij nader inzien mag het zondag niet donderen en bliksemen want dan is TV-kijken gevaarlijk, zegt men.
