Gisteren voor de eertse keer het voorprogramma van de onvolprezen koning van de kRiePiE KrrrIEpiE! gespeeld. Het is toch fijn dat ik dat mag doen. Wim is een toffe mens, een enthousiast publiek, een uitverkochte zaal… Ik kan niet wachten tot ik ooit ook zulke volle zalen trek, met enkele mijn naam en mijn kop op een affiche en een jonge god in mijn voorprogramma. Ja, want dat zijn ze… Voorprogramma’s zijn de goden van morgen!
Vorig weekend zat ik in Rotterdam voor de workshop van Cameretten. Daar zouden enkele regisseurs me helpen om mijn act te verbeteren of zelfs te perfectioneren. Als ik eerlijk moet zijn, ik was nogal sceptisch. Ik heb het sowieso niet begrepen op wildvreemden die eens eventjes met hun kaasvingers aan mijn kind gaan zitten. Maar ik had me voorgenomen voor alles open te staan.
Man, man, man, is dat eventjes meegevallen, zeg! Ik heb het als een ongelofelijke luxe ervaren om 4 professionele regisseurs ter mijner beschikking te hebben. Vier mensen die met hun gereedschapskist vol ervaring klaarstonden om mij, en de andere kandidaten ter hulp te schieten. Als ik nogal lyrisch overkom is dat omdat het nodig is. De schellen zijn van mijn ogen gevallen. Nu, ik geef toe, het is niet fijn dat iemand zo precies de pijnlijke punten in uw programma weet aan te duiden. Hoe goed je het ook wegmoffelt, ze vinden de beurse plek. Zonder echt lang te moeten zoeken. Maar godverdomme het was inspirerend, een verademing en vooral zeer intensief.
Naast het sleutelen aan mijn eigen voorstelling heb ik uiteraard ook de kans gehad om de concurrentie eens uitgebreid te besnuffelen. Leuke mensen en stuk voor stuk ook ambitieuze mensen. Het niveau is hoog. Er zitten verdomme sterke acts tussen. Jaloers? Ja! Geintimideerd? Ja! Maar vooral gestimuleerd. Om het nog beter te doen, om keihard te werken, er ten volle van te genieten… en die finale te winnen, natuurlijk. Want één ding heb ik al lang geleden geleerd: als je wilt gaan, ga dan voor de hesp en voor niks anders!
Ik loop al een ganse dag te suffen. Een beetje grieperig. Maar nu ben ik plots een beetje genezen. Niet dankzij koortswerende middelen, siroopjes of neusdruppeltjes. Neen! Het medicijn was een telefoontje uit Nederland. Ik ben geselecteerd voor de halve finale van Cameretten, één van de grootste wedstrijden in het Nederlandse humor-landschap. Uit de 90 ingeschreven acts zijn er 9 gekozen om het tegen elkaar op te nemen in een strijd tot de dood…
* Ik ben fan van de zee, maar dan vooral in de herfst.
* Een mens kan best wel een paar dagen doorgaan met weinig slaap.
* Wij hebben hele toffe gasten op school (wuift naar de geniepige lezertjes).
* Sommige gasten zijn als keffende schoothondjes die constant tegen uw been opspringen, smekend om een beetje aandacht.
* Sommige gasten zijn zodanig verwend dat ze het concept van het woord neen niet kennen.
* Vegen is niet voor iedereen een evidente handeling. En ik bedoel dit niet ironisch. Nog nooit iemand zo verbaasd zien kijken toen ik demonstreerde hoe een vloer met een borstel gereinigd wordt.
* Ik heb totaal geen conditie meer. Ik weet ook wel dat ik niet meer de behendige jonge bengel ben die in bomen klautert en over prikkeldraden springt, maar ik heb echt geen kracht meer. Hoewel we dat allemaal graag willen geloven: door trappen te lopen en af en toe de fiets te nemen bouw je geen conditie op. Sorry Midas. Ik vind het ronduit beschamend dat ik mezelf amper nog kan optrekken. SCHANDE!
* Jumpen is supergrappig, maar niet cool. Het is wel plezant om het te doen, maar dan enkel om ironisch te zijn. Wie jumpen aux serieux neemt, is Ronny!
* De stilte na de drukte is zeer overweldigend en komt aan als een loden hamer.
* Het is fijn om uw lief na 4 dagen terug te zien en dan die vlindertjes terug te voelen.
Ik vertrek morgen op GWP. Voor de mensen die al lang de schoolbanken hebben verlaten en die niet in het onderwijs staan: GWP is de afkorting voor Geïntegreerde Werkperiode. Met vele mooie woorden wil dat zeggen dat er gedurende een aantal dagen vakoverschrijdend aan de interpersoonlijke contacten tussen de leerlingen en de relatie leerkrachten-leerling wordt gewerkt, bij voorkeur in een niet-schoolse omgeving. Ik noem het: zeeklas.
Ik weet het, niemand staat te springen om met 70 zwaar puberende mormels in een tochtig kot aan de kust spelletjes (zoals: begraaf een leerkracht op het strand, laat zijn hoofd boven het zand, wrijf zijn gezicht in met krabsla en maak grappige foto’s van hysterische pikkende meeuwen) te spelen. Maar als dat de groepsgeest ten goede komt dan ben ik de eerste om te zeggen: ‘allez, ‘t is goed, maar wacht tot het eb is.’
Ik hoop dat het vlotter verloopt dan vorig jaar. Ik bespaar jullie de details, maar de politie is er aan te pas gekomen. Ik hoop ook dat de strenge regels die we, dik tegen mijn goesting, gaan opleggen, effectief genoeg zullen zijn. De ervaring leert dat er altijd achterpoortjes zijn en ze weten die te vinden, de bloedhonden. Maar ik hoop vooral dat het plezant wordt en vooral dat ze ‘s nachts hun muilen dicht houden en op hun kamer blijven, want als ik niet geslapen heb… dan ben ik moe!
Nederland, daar spreken ze bijna de zelfde taal als ons. Nederland, het land waar cabaret groot werd, het land met de jarenlange traditie. Nederland, het land van de ronkende namen. Het land waar de Helsens en de Deprez hoge ogen gooien, om maar te zwijgen over de Urbanussen en de Kommil Foo’s. Nederland, het land waar het Vlaams exotisme leeft, maar waar de concurrentie bikkelhard is. Aan een wedstrijd meedoen is de enige manier om daar een beetje speelkansen te krijgen en daarom zat ik gisterennamiddag in mijn auto. Bestemming: Maastricht. Want daar vond een voorronde van Cameretten plaats.
Vastberaden, maar zenuwachtig parkeerde ik mijn benzine verslindend monster voor theater Kumulus. De files en opstoppingen hadden er voor gezorgd dat mijn marge van ruim op tijd gekrompen tot net te laat ,maar we vergeven het. Snel het podium op, soundcheck, afspraken voor het licht, een praatje met de presentator en dan wachten. Lang wachten want er waren vier acts en ik mocht als laatste. Hoe we het er vanaf brachten, wat de jury ervan vond? Dat weten we pas volgende week zondag. Dan maakt de jury zijn keuze uit de 90 kandidaten. Wat we gisteren hebben gedaan kan je lezen in dit verslag. Wat ik zelf vond? Ik heb me keihard geamuseerd en het publiek ook… HA!