|
Mijn hart bloedt!
Ik heb mijn Toyota Corolla Liftback Delux weggedaan. Hij staat nu ergens eenzaam op de parking van een garage, wachtend op een nieuw baasje. Iemand die handig is, iemand die tijd heeft om hem terug op te knappen, iemand die hem met liefde terug kan opbouwen naar zijn oude blinkende, ronkende status… Iemand?
Het is toch vreemd hoe je je aan een auto kan hechten. Veel mensen verklaarden mij voor zot. Hij zoop liters benzine. Hij sputterde regelmatig tegen. Ik had altijd een beetje schrik om onderweg stukken auto te verliezen. Ik zag doemscenario’s van mezelf met een brandend wrak op een pechstrook in de regen. Hij had roest op plekken waar het niet meer gezond was en de remmen werkten… soms.
Maar ‘t was zo’n mooie! Zo’n mega coole bak! Met zijn stickers uit Peru, die we kochten op de markt van Cusco. Toen ik en mijn Toyotatje pas twee dagen samen waren reden we naar Amsterdam voor een concert van de Pixies. We hebben zitten gieren van ‘t lachen toen dat stukje uitlaatpijp vanonder zijn buikje vielen en we ineens boer-met-middelgroot-landbouwvoertuig werden. Des zomer reden wij langs de terrasjes om indruk te maken op de meisjes. In de winter zaten we te klappertanden, want chauffage is voor mietjes! Herinneringen!
Het is gewoon niet praktisch. Ik reed er nog amper mee, om grote afstanden te doen is hij nu net een beetje te charmant. Af en toe startte ik hem nog eens voor een korte rit naar de Colruyt of het containerpark, maar hij stond vaak stil. Eenzaam voor de deur… De winter komt er aan en dat is niet goed voor oude autootjes. Dus dan moet hij maar weg. Binnenkort kopen we een nieuwe auto, een praktische, een werkpaard, een zuinige die veel kilometers aankan, een doordachte keuze, een saaie…
*snif*
Om de nieuwsgierigheid van een aantal mensen te sussen volgt hier een kort verslag van de toch wel zeer overrompelende laatste dagen. Vrijdag kreeg ik dus te horen dat ik zaterdag in de finale van de grootste cabaretwedstrijd in Nederland zou staan.
TROTS!
EUFORIE!
Ongeloof!
Jammer voor een aantal andere kandidaten die ik het ook zwaar had gegund. Maar vooral blij. Want nu sta ik in een mooi rijtje, naast een aantal ronkende namen. Finalisten van vorige edities zijn onder andere Wouter Deprez, Komil Foo, Begijn Le Blue, Theo Maasen, Hans Teeuwen, enz. Maar ook even goed in een rijtje van namen waar niemand nog iets van hoort. ‘t Is maar hoe je het bekijkt natuurlijk. Ik heb de finale gehaald en dat was mijn bedoeling. Die is binnen.
Dat ik gisteren naast de prijzen greep is een andere zaak. Dat is wel eventjes zwaar klote. Want ergens hoop je wel op een prijsje. De winnaar was voor mij al lang bekend, maar misschien waren er nog wel wat kruimeltjes voor mij. Maar dan zit je daar op een kruk, op het podium, worden de juryrapporten voorgelezen, worden de prijzen uitgereikt en dan zit daar niks voor jou tussen… Dan is dat wel even kut.
Maar dan enkel dat moment.
Daar.
Op dat podium.
Want zeer snel komt het besef dat ik al heb wat ik wou: de finale. Dan doet het wel nog eventjes raar dat iedereen een beetje zielig naar je kijkt en je tracht te troosten, terwijl dat niet nodig is. Maar dan is er champagne en een schare vrienden die je in hun schoot leggen en over uw kopke wrijven en zeggen: ‘hey, volgens mij was dat de eerste keer dat ge nie vals hebt gezongen, WHAHAHAHA!’ Bedankt, eikels, om me de laatste dagen zo te steunen. Bedankt voor alle SMSjes en telefoontjes, maar laat mij nu met rust want ik heb koppijn.
Behalve mijn liefje dan, want die heeft mij de laatste dagen wel te veel met rust moeten laten.
Ik geniet nu al een ganse dag van het grote niks. Lekker niks doen. Lang liggen stinken in mijn nestje, ontbeten, mijn pantoffels gezocht, krant gelezen met warme pantoffels, de planten winterklaar gemaakt (?), soep gedronken, een cadeautje gekocht voor de verjaardag van mijn papa, een CD voor mezelf, even bij de schoonouders langs, naar de CD geluisterd in de auto, bij mijn ouders een restje stoofvlees opgegeten, cadeautje afgegeven, gezellig getetterd, een pitta gekocht en opgegeten, in de zetel gelegen… rust.
Na een maand keihard werken, de verdiende rust. De halve finale van Cameretten zit er op. Het ging goed, ik was hypernerveus maar daardoor ook hypergeconcentreerd. Ik zweefde over het podium… ik liep over watte. Een soort koortsig geijl. Het ging goed, ik genoot en toen was het voorbij. PFWOEF!
Nu ligt de beslissing in de handen van een professionele jury. Zij zullen beslissen wie zaterdag de finale speelt en dat zullen ze vrijdag, morgen dus, bekendmaken. Ik hoop dat ik het haal, maar geniet nu vooral van de rust… en de rest? Dat zien we wel, hmmmmm.
De klok telt af.
De halve finale van Cameretten komt dichterbij.
Dat wordt hier aangekondigd.
Morgen sta ik op het podium van het Nieuwe Luxor in Rotterdam…
1500 mensen die willen lachen met mijn grapjes…
Maar dat is pas ‘s avonds, terwijl ik al van ‘s middags daar wordt verwacht.
Dat wordt weer een dag van lang wachten.
Met daarna een ontlading van je welste!
KA-BOEM! KA-DLEDDER! SPAT-SPETTER! *pif*
Hoop ik…
Wij zijn hier deze morgen ten huize ons instant fan geworden van de Nederlandse beeldhouwer Theo Jansen. We zagen een fimlpje over zijn werk bij Michel en zijn daarna vollop aan het googlen geslaan. Briljant! Ik kijk met grote verwondering naar zijn creaties en voel telkens weer een soort kinderlijk enthousiasme opborrelen. Zijn werk ontroert mij en fascineert tegelijk. Hij raakt mijn ingenieurshart als hij zegt: ‘the walls between art and enginering exist only in our minds!’ Dit is Panamarenko maal 2, of beter: Panamarenko 2.0.
Toevallig vond ik gisteren een filmpje op you-tube dat vreemd genoeg onze ontdekking van vanmorgen inleidde. De natuur is schoon maar het toeval is nog schoner.
Soms, heel soms na een optreden komt één of andere jonge snaak het vragen: ‘hoe kan ik aan zoiets beginnen?’ Wel, hier volgt een korte handleiding.
1. Doe je zin! Als dat betekent dat je gloeiend hete kaaskroketten in je neus propt terwijl er op de achtergrond naakte vrouwen op een dood varken staan te springen, dan moet je dat maar doen. Er zal waarschijnlijk wel een publiek voor zijn.
2. Geef je ogen de kost! Ga naar andere comedians kijken. Huur DVD’s, download van het internet. Het wil daarom niet zeggen dat je het materiaal van anderen moet stelen, maar het zal je op zijn minst inspireren om je eigen stijl te vinden. Iedereen heeft referenties, alleen kan de ene het beter wegsteken dan de andere.
3. Als je begint te schrijven, schrijf iets kort. Begin niet met een stuk van anderhalf uur. Dat is verloren werk. 10 minuten is een zeer goed begin en je zal merken dat minuten op een podium soms seconden zijn, maar ook wel eens uren of zelfs millenia!
4. Stel: je hebt een stuk van 10 minuten waar je trots op bent. Nu komt de grootste stap: uitproberen voor een live publiek. Laat ons eerlijk zijn, familie en vrienden tellen niet mee. Zij lachen sowieso omdat ze je graag zien of uit beleefdheid. Een echt publiek is als een roedel bloeddorstige honden. Daarom is het belangrijk om je eerste stappen op veilige plaatsen te zetten: try-out podia. Er zijn een paar try-out podia: surf naar the lunatics (Leuven en Gent), the joker (Antwerpen) of je kan je ook aanmelden bij bone-bookings of 123-comedy daar kan je als beginnende komiek al snel ervaring opdoen.
5. Voor de rest hangt het af van je eigen masochisme. Want het zal niet altijd even vlot gaan. Je zal regelmatig keihard op je bek gaan! Maar je moet elke keer opnieuw rechtkrabbelen en verder gaan. Vroeg of laat zullen je tien minuten voorbij zijn en zullen de mensen gelachen hebben. Het applaus zal nog uren nazinderen, uw oren zullen suizen… en zo doe je verder, moeizaam, maar zeer bevredigend! Het is soms zeer zwaar, maar dat weegt niet op tegenover het plezier die je er kan aan beleven. Want dat is nog het belangrijkste: je MOET het plezant vinden! Anders hou je het toch niet vol.
6. O ja! Je moet af en toe met je broek op je enkels en een stuk in uw kloten in een plas kots (van jezelf of een ander) gaan liggen, want het moet natuurlijk rock en roll blijven, hé! Want wie niet rock en roll is kan volgens sommigen geen humor maken!
Dat is dus het moeilijkste van allemaal: een liedje schrijven. Maar ik moet en ik zal tegen morgen een nieuwe hit hebben. Ik heb sowieso nog een liedje nodig om Loebas wat meer in evenwicht te krijgen en het zal mijn stukje voor cameretten ook meer body geven, want daar boven onze landsgrens zijn ze gek op liedjes. Dus nu probeer ik al een paar dagen (lees: weken) die twee vliegen in één klap te slaan. Het lukt al aardig, de flarden tekst beginnen al aan elkaar te hangen en de melodieën vliegen hier de kamer rond, maar de tijd dringt. De organisatie van Cameretten heeft een try-out tournee gepland. Zo kunnen alle halve-finalisten (waaronder ik *onderdrukt glimlach*) hun stuk nog een paar keer voor een live publiek gooien. Dat is fijn… maar het begint morgen… dus dat liedje moet tegen morgen af!
Tralalalalaaaa…
update: … en dan sta je dat ding te zingen voor een Nederlands publiek en dan struikel je over de woorden en over de akkoorden en dan denk je: ‘hm… misschien is het liedje nog niet he-le-maal af, Henk!’ *zucht*
update bis: … ondertussen is het liedje al volledig omgegooid met een lekkere aggresieve dissonante intro en een swingende brug. Het gaat de goeie richting uit! Nu het refrein nog een beetje aanpassen en dan zijn we er, denk ik.