Iedereen neemt tegenwoordig DVD’s en TV-programma’s op. Ik vind dat ik niet mag achterblijven. Daarom organiseer ik mijn eigen opnames, zij het op kleinere schaal. Dinsdag 6 maart in café Le Bal Infernal om 22.00h doe ik een You-Tube opname. Die avond speel ik voor de laatste keer mijn vorige voorstelling ‘Het Vergrootglas’. En aangezien het de laatste keer is wil ik dat iedere knipoog, iedere scheet, ieder klein detail… alles vastgelegd wordt.
Daarom nodig ik u uit. Iedereen die een toestel heeft om bewegende beelden mee te registreren: kom filmen! Is dat met een oude Betamax of een 9 mm camera, het maakt niet uit. Tegenwoordig kan je al degelijke filmpjes maken met je GSM. De kwaliteit doet er niet toe, het gaat vooral over de kwantiteit. Ik wil alles! Nadien wordt alles verzameld, gemonteerd en op You-Tube gesmeten.
Dus vergeet het niet: dinsdag 6 maart, Le Bal Infernal. Kom lachen en vooral: get it on tape!
Donderdag gespeeld in de Velinx in Tongeren. Tussen twee hardrock groepjes in. Voor mij speelde The Power Kraut en na mij The Whocares. Stevige recht toe recht aan speed rock. Oldschool hardrock, yeah. Geplet tussen die twee bulldozers stond ik daar mijn ding te doen. Het moest snel gaan. Het laatste akkoord van het eerste groepje feedbackte nog uit en ik stond al op het podium.
Speed comedy.
Niet 100 % mijn ding maar ik bracht het er nog goed vanaf. Het publiek lag niet te rollen over de grond maar ik zag ze genieten. In dergelijke omstandigheden werkt alleen strakke standup comedy. Daar wijkt mijn ding wel een stuk van af. Maar het was leuk. Af en toe een stevig lachsalvo, een enthousiast eindapplaus en een interview in Het Belang Van Limburg (pdf 800 K) . Meer moet dat niet zijn.
Ik ben soms nogal slordig, ja! Dus ligt er altijd wel ergens iets rond te slingeren dat eigenlijk al lang in de vuilbak hoorde te zitten. Snaaruiteinden bijvoorbeeld. Af en toe moeten mijn geliefde instrumenten van nieuwe snaren voorzien worden. Dan moeten de oude er af omdat ze niet mooi meer klinken.
Snaren zijn altijd een beetje te lang, er zijn altijd een aantal centimeters te veel. Vroeger liet ik die overschot er aan, want zo kon ik die snaar herstellen wanneer die gesprongen was. Maar tegenwoordig springen de snaren niet meer. Dus moet ik ze regelmatig vervangen omdat ze dood zijn. Dood, dof, stoffig. Bij het vervangen knip ik dan ook die extra stukjes snaar er af. Die liggen hier dan. Meestal in de fruitschaal. En daar verdwijnen ze dan één voor één uit. Er sluipt hier ergens een kleine geniepige dief rond. Zijn naam is Boogie en hij is blijkbaar verzot op snaaruiteinden. Omdat ze zo grappig veren en rinkelen als je er mee speelt.
Uren kan hij er mee liggen vechten, rollend op zijn rug. Spinnen en klauwen. Met een schattige glimlach op zijn snoet. Onvermoeibaar. Spelen met zijn snaar.
Als je zo’n stukje voor zijn neus houdt, spat de pret al uit zijn ogen. Dan springt hij er naar, krabt en bijt.
Daar kan ik mij dan weer uren mee amuseren.
Experiment!
Er zijn een aantal basisregels bij het vertellen of schrijven van een verhaal. Zeker wanneer je dat met verschillende mensen samen doet, zoals in improvisatie-theater bijvoorbeeld. Naast de noodzakelijk gebeurtenissen die er moeten in voorkomen zijn er twee manieren om een verhaal op te bouwen. Een positieve en een negatieve. De positieve en tevens meest productieve manier houdt in dat je alles wat al eerder verteld werd niet weggooit en er dus iets mee gedaan wordt. Een voorbeeld zal duidelijk maken wat ik hiermee bedoel.
Koentje wandelt door het park en merkt dat er een steentje in zijn schoentje zit.
Hij doet zijn schoentje uit, gooit het steentje weg en wandelt vrolijk fluitend verder.
Je merkt dat de tweede zin het verhaaltje niet vooruit helpt.
Hij haalt het steentje uit zijn schoen en het blijkt een heeeeeel klein robotje van de planeet Aspro te zijn. ZX-23, want zo heette het robotje, neemt hem mee naar Aspro om daar te vechten tegen een kolonie nucleaire wespen die zijn planeet bedreigen.
Deze zin helpt het verhaal wel vooruit, alleen jammer dat het park uit het verhaal verdwenen is.
Koentje hinkt naar een bankje en gaat zitten naast een oud verfrommeld ventje met een kale eend op zijn schoot.
Ha! Het verhaal loopt verder en behoudt de oorspronkelijke onderdelen.
Ik zeg niet dat dit de vuistregels van de verhalenbouw zijn, maar wel de regels van dit stokje. Ik gooi twee stokjes tegelijk. De twee stokjes beginnen elk met dezelfde zin:
Petra trekt de deur van het herenhuis dicht. De wind woelt wild door haar blonde haren, in de verte grommen de onweerswolken.
Elke persoon die dit stokje krijgt bouwt verder aan het verhaal door er één, maximum twee zinnen aan toe te voegen. Het ene verhaal, het positieve, volgt de regels die hierboven vermeld zijn. Het andere verhaal, het negatieve, trekt zich van die regels niks aan. De inhoud van het verhaal hoeft daarom niet positief of negatief te zijn, maar de manier van bouwen wel. In tegenstelling tot andere stokjes mag dit stokje verschillende keren naar dezelfde persoon gaan.
Vangen: Michel, Lilith en Ilse.