|
Treinen hebben altijd al een enorme aantrekkingskracht gehad. Dat zal niemand ontkennen. Als kind heb ik ook wel eens een stuk van vijf frank op de sporen gelegd en dan een half uur gezocht naar het geplette resultaat. Of ‘s nachts in spoorwegbermen gelopen en maar hopen dat er geen trein afkwam. Allemaal heel spannend, maar wat deze kindjes met een trein doen, slaat toch alles.
Blijkbaar heeft mijn ‘mannentas’ een zakje dat schoon verborgen zit achter een stukje velcro. Vandaag ontdekt! Mijn verwondering werd nog groter toen bleek dat mijn verloren GSM in dat geheime compartiment zat. Wat een dag zeg! Een extra zakje in mijn tas en mijn GSM gevonden! *kuch*
Ja, ik weet het ik ben een kalf en ja ik had heel goed gezocht, wel tien keer. Maar natuurlijk niet in dat zakje want daar steek ik mijn GSM toch nooit, dus waarom zou ik daar dan zoeken. Dus ja, nu voel ik mij toch een klein beetje schuldig en dom… Maar o zo typisch mannelijk. Toch?
Je gaat mij hier niet horen leuteren over het verlies van een sociaal netwerk. Noch zien huilen omdat ik al mijn fotootjes (Boogie als kitten in onze zetel, de platgereden hagedis op Ile d’Yeu, de zak vol oogbollen voor de les disectie…) en bewaarde SMSjes (de eerste ‘ik zie u graag’…) nu voor goed kwijt ben. Maar uw GSM verliezen kan soms een kleine lawine veroorzaken.
Gisteren na het optreden op de herfstbijeenkomst van de scouts in Kasterlee vond ik hem niet meer: mijn telemofoon, mijn mobieltje, mijn lulijzer, mijn apparaat waarmee ik fantastische pizza’s bereid (binnenkort in de beter boekhandel: koken met de GSM door Henk Rijckaert). Los van bovenvermelde ambetantigheden een niet zo onoverkomenlijk probleempje, behalve dat het 2 uur ‘s nachts was en dat er ergens in Gent een zekere dame, die mij wel nauw aan het hart ligt, ongerust kon worden als ik niet: ‘ik ben hier vertrokken’ naar haar doorseinde.
Nu kunnen we hier een betoog opstarten dat het toch wel erg is dat we door de moderne communicatie denken confortabeler te leven maar uiteindelijk krampachtiger worden, dat dat vroeger toch allemaal gemakkelijker was, bla, bla… maar deze discussie zullen we wel op een andere keer voeren, op een ander opinie-forum.
Ik maakte mij vooral zorgen over de groeiende ongerustheid ergens in Gent. Nu hoor ik jullie al: ‘vraag dan even of je iemand zijn GSM mag gebruiken.’ Ja, maar de enige nummers die ik nog vanbuiten ken zijn: mijn oud thuisnummer (dus bij mijn ouders) en het nummer van mijn eigen GSM. Erg hé, dat door een ‘praktisch toestel’ ons geheugen… Goed, ik belde naar mijn ouders maar de andere kant van de lijn was bezet. In mijn hoofd hing Ilse, want zo heet de dame waarvan sprake, al hysterisch aan de telefoon met mijn nog hysterischere moeder aan de andere kant ervan. ‘Shit, die twee zijn in staat om de civiele bescherming te mobiliseren. Denk snel Henk, denk snel.’ 1207!
Ik bel naar 1207, die verbinden mij door met het ouderlijke nest van Ilse. Ondertussen is het 2.15u en klinkt er lichte paniek in de stem aan de andere kant van de lijn. ‘Henk?’ Een vloedgolf van doemscenario’s flitst vermoedelijk voorbij. De schoonzoon belt zijn schoonouders op, het is zaterdagnacht De buurman graaft een put in zijn tuin, zijn spade blinkt in het maanlicht. Twee zinnen die broederlijk naast elkaar staan in de categorie: hm, volgens mij is er iets gebeurd waar ik mij een beetje zorgen over moet beginnen maken.
Eind goed al goed want ik belde Ilse even later op en merkte dat zij totaal niet ongerust was (hm). Maar er kwam nog een staartje. De schoonvader kreeg deze morgen een ongeruste broer aan de lijn. Of er iets gebeurd was? Waarom hij om kwart na twee ‘s nachts had gebeld. In half slaperige toestand had Mark, want zo heet de schoonvader waarvan sprake, per ongeluk zijn broer opgebeld terwijl hij mij het nummer van Ilse dicteerde. En mijn moeder vroeg zich deze morgen ook al af waarom ik vanacht vier keer had gebeld. Dus door mijn telefoonverkeer vannacht zijn er vandaag 5 mensen ongerust geweest. Toch een beetje trots, ja. 5 mensen!
Behalve mijn lief!
De mensen vragen mij hier constant, hoe het was voor in de Morgen Magazine. Tcha! Tsk! Halloooo!
Twas mega koel, waar! Echt de max en al.
Er was een visazieste en die heeft dus mij geschminkt en al en ook mijn haar gedaan, maar daar heeft ze niet zo veel aan gedaan want ze zei dat mijn haar eigenlijk wel wijs was zo, ich. En de stielieste was ook een toffe, maar ze kwam wel met kweeniehoe rare dingen af en eerst had ik zoiets van: ‘ja, zeg, hallo, en al, dat doe ik hier wel niet aan, ‘t is hier wel geen heloween fuif, hé maat.’ Maar dan zei ze dat die kleuren echt wel goe bij mijn ogen pasten en dat was ook wel zo en dan hebben we die foto’s getrokken. En die fotograaf, ook nen toffen, das nen kweetniehoe bekenden maar ben zijn naam vergeten, hij moest keihard lachen omdat ik zo rare gezichten trok, maar tmoest voor echt zijn en dus ik ben dan serieus beginnen doen en dan wast goe. Professioneel en al!
En we hebben ook vree gelachen met elkaar want bij de andere waren er ook rare kleren bij maat, dziezus als dat de wintermode voor deze winter is dan ga ‘t wel een rare winter worden… met al die rare kleren en… Neen, wacht, ‘t gaat nen kweetniehoe koele winter worden, met al die koele oudfits. Hebdem? Koele!
De max.