|
Gisteren in het dorp des mijnens jeugds gespeelds. Zomergem. Ik ben altijd blij als ik er eens kom en blijkbaar hadden ze het hele dorp volgezet met levensgrote borden van mij. Een beetje raar, maar soit. Het allerleukste vond ik nog dat ik een oude beste vriend van vroeger na lang ‘elkaar mislopen’ nog eens tegen kwam. We hebben elkaar beloofd om eens af te spreken. Hij zei dat hij eens zou mailen… Ik weet dat hij hier af en toe eens komt rondneuzen, dus: Wouter, gewoon hier klikken en verzenden. De pintjes staan al fris.
Gisteren, tijdens een try out in Le Bal Infernal, had ik technische panne. Dikke pech! Ik had mijn gitaar op een effectenpedaaltje aangesloten, maar het ding bleek op le moment suprême niet te werken. Redelijk frustrerend but the show, zoals wij zeggen, must go on. Dus dan toch gewoon doorgespeeld (zonder pedaaltje) en maar gedaan alsof de rock en roll in het rond spetterde. Al bij al een goeie show, maar wel een dikke fuck-you-vinger naar de falende electronica van dienst. Awoert!
Maar daardoor had ik natuurlijk het perfecte excuus om vandaag de muziekwinkel binnen te stappen en daar een nieuw pedaalke te kopen. Nu, ik weet niet of er hier gitaarnerds rondneuzen. Maar ik heb mij toch wel een Big Muff op de kop kunnen tikken, zeker. Mijn geluk kon bijna niet op want bleek dat het de laatste in voorraad was en dat ze deze maand in promotie staan.
Thuis gekomen.
Met rode oortjes en kwispelende tong.
Het doosje open gewrikt.
Een batterijtje en alle kabeltjes erin.
Versterker op een bescheiden 3.
Ik ging in de positie staan.
Sloeg aan.
Niks. Kapot?
Neen. Bleek dat mijn gitaarkabel kapot was. Andere kabel in mijn machinen geploft en toen klonk hij door de kamer: de moeder van alle vettige riffs. THE BIG MUFF.

‘t Was lang geleden dat ik nog eens zo gerockt heb. Man, man, man.
Het mooiste aan dit verhaal is nog wel, dat mijn ander bakje toch niet kapot is. HOERA and YEAH. De buren zullen weer blij zijn.
Jaren geleden, toen ik nog aan studeren dacht, vond ik het zalig om op mijn bed te gaan liggen en naar boeken te luisteren. Ik had een bescheiden collectie aan voorgelezen boeken, audio-literatuur zo u wenst. Meestal viel ik dan halverwege in slaap en droomde ik het vervolg er bij. Eén van mijn favorieten was Dharma Bums van Jack Kerouac voorgelezen door de zagerige stem van Allan Ginsberg. Mocht iemand ooit verlegen zitten om een alternatief einde voor dat boek, bel me. Ik zeg niet dat mijn eindes beter zijn, maar alternatief zijn ze op z’n minst.
Boeken. Ze komen bij mij in vlagen. Ik was vroeger geen grote boekenwurm en nu nog steeds niet. Maar ik heb wel mijn obligate periodes gehad: het Stephen King-verslinden, het verzuipen in Bukowski en Brusselmans, het doorworstel alle klassiekers, het verdiep u in oosterse filosofie, de alleen amerikanen zijn goeie schrijvers fixatie… Het was in die laatste periode dat ik de Beat Generation heb ontdekt. The Beatniks, met als blinkend meesterwerk: On the Road van Jack Kerouac. De stream of conscienceness, voortgestuwd door Bee Boop, heen en weer door Amerika, nutteloos maar geniaal. Zeker als je er naar kan luisteren.
Op de blog van miss puntkomma vond ik dit filmpje. Geef nu toe, dit is toch veel toffer dan dat jumpen. Vooral de muziek. Ik vind da nog wel een wijs nummerke. Deze zit gegarandeerd voor een paar dagen in mijnen kop.
Wijs, hé maat. Vooral omdat ge blijkbaar terug uw schoenen moet oppompen. Hoe lang is da nie geleden? Maar het dansen kan nog een stuk beter. Als het dan toch om souplesse en stijl gaat, check deze man eens: David Elswhere. Zo slap als een gekookte spaghetti.