Henk Rijckaert
Welcome !
Site google-analitix.com just created.

Real content coming soon.
© ISPmanager control panel

Post zonder toestemming van de Coca Cola company

AAAAAAARGH!
Zot word ik er van!
Compleet zot.
Ze hebben het mij ooit al eens gelapt met mijn lievelingsdeo en nu doen ze het met mijn favoriete frisdrank. Welke fucking industrieel haalt het in zijn hoofd om iets wat voor mij (en vele anderen) al jaren okee is, ineens te gaan veranderen. Denken die mannen: ‘tiens, we hebben hier een product dat goed werkt. Kom we gaan er iets aan veranderen zodat het minder populair wordt.’
Waarom doen ze dat? Is dat niet cool misschien? Verliest ge frisdrank-credibility als ge te veel verkoopt misschien. FUCKERS! Doe die vurte cirtoensmaak uit mijn Ice Tea Green en wel nu onmiddelijk! Het recept was perfect, zit daar nu toch nie aan te prutsen!

En toen werd ik herkend

Daarnet, stond ik na de voorstelling van Najib aan de Capitol te flyeren. Eventjes terzijde: er zijn nog kaartjes maar jullie zullen snel moeten zijn, er zijn er al 160 de deur uit. Snel, snel, snel, bestel, bestel, bestel. De flyers vlogen de deur uit (woordspeling), de gretige mensenmassa rukten de papiertjes uit mijn handen. Jongens toch, wat ging het daar zijn gangetje. Sommige mensen kwamen zelfs terug voor een tweede flyer, zogezegd voor ‘een vriend’ maar wij weten wel beter… Tot een mevrouwtje een flyer aannam, hem bekeek, even fronste en vroeg: ‘van waar ken ik die mens?’ Waarop ik zei: ‘hij staat net naast u.’
Gelachen dat wij daar gedaan hebben!
Ja, humor en de Capitol, das twee handen op één buik.

Don Bouletti en de Kram Schram Bammers

Ik heb soms de rare neiging om ons kat (aka Santa Boogie) andere namen toe te kennen. Dan hoor ik mezelf ineens dingen zeggen als: ‘ha, Aspro 500 bruis! Komt ge nog eens achter eten schooien.’ Of als hij onder de zetel ligt te klauwen: ‘Allez, stop daar mee… Zetelgaragist.’ Of ‘Ha, Pianomonster. Hoe was ‘t met Frank Sinatra?‘ Frank Sinatra is een zwerfkat bij ons in de buurt, hij heeft blauwe ogen en ziet er altijd een beetje verfrommeld uit. De witte kat van de buren noem ik Bruno, de gestreepte Sofie. Vraag mij niet waarom, ik ben daar goed in. Ik kan goed namen geven. Vind ik, toch. Hm. Misschien had ik toch beter geschreven dat ik straks op Canvas naar Top Gear ga kijken. Of zoals ik het altijd noem: Vroem-tuut, tuuuut.

Anthony vs. Jimmy

Hercules and the love affair.
Er gaat geen dag voorbij of ik hoor ergens dit nummer. Telkens komen hetzelfde bij mij op: ‘dit doet mij aan iets denken.’ Vage beelden, maar geen naam. Een rosse homo uit de jaren tachtig en ‘t is niet die van Simply Red… Met deze cryptische omschrijving wist mijn schoonbroer ineens over wie ik het had: Jimmy Somerville van Bronski Beat:

Merci Brecht.
Trouwens. Voor alle duidelijkheid: ik ben geen fan van dit nummerke, maar soms spoken dit soort vragen te lang in mijn kop rond en dan ben ik blij dat er een oplossing is… Op naar de volgende puzzel! Waar is mijn waterpas en wie heeft hem daar verstopt?

Mopje van de dag

De laatste dagen wordt hier vanalles geschilderd: deuren, muren, balken radiotoren… Allemaal met verschillende soorten verf en behandelingsproducten. Tussen het gespat en geklieder door ontspon zich het volgende gesprek:
- Scheetje, hoe moet ik dit productje hier aanbrengen.
- … och, dat is zoals een goeie asielzoeker… dat wijst zichzelf wel uit.
- Onnozelaar!
- … ih, ih, ih…

Omslag

Sinterklaas. Het blijft, sinds Toon Hermans, een favoriet onderwerp voor komieken. Ik was dan ook niet een beetje trots dat mijn hersenen vannacht een sinterklaasmopje bekronkelden. Deze morgen werd de grap dan ook instant op mijn testpubliek uitgeprobeerd.
- Waarom dragen sinterklaas en zwarte piet witte handschoenen.
- Om geen vingerafdrukken achter te laten, tiens.
- … hoe wist jij dat?
- Dat is toch zo.
- … de smeerlap!

Ineens vond ik onze goede heilige man een sluipende crimineel uit Spanje. Het enige wat die mens doet is: cadeautjes achterlaten. Niemand, maar dan ook niemand die daarvoor naar de politie belt! Help ze hebben deze nacht allemaal speelgoed en snoep in onze schoenen gestoken. Het kan dan toch geen kwaad dat zijn vingerafdrukken op het nieuwe speelgoed van de kinderen staat. Wat steekt die smeerlap nog allemaal uit? Waar zit hij die bewuste nacht in december met zijn vettige vingers nog allemaal aan te prutsen?
De klootzak!
En dan nog mijn mop verkloten ook.

Wat bezielt mij nu toch, ik word overvallen door rijmelarij

Gisteren zag ik, voor mijn voeten, een dode vlinder in een plas,
in een boom, een roze bloesem, die slap en bevroren was.
Ik riep: ‘ha, ha, frivole smeerlappen!‘ en ‘die, motherfuckers die!
De lente is anders toch veel te voorspelbaar ende saai.

Kijken zonder zien

Ik kan kijken. Man, man, man, kan ik kijken!
Naar de muur, de tafel, naar mijn handen of de grond. Maar het liefst door het raam, naar het buiten, naar het niks. Weinig mensen zijn zo gedreven in het naar-buiten-kijken, nog minder kennen het begrip. Het gaat hier wel degelijk over de edele kunst van het kijken zonder zien. Niet het ouwe wijven gegluur vanachter muffe gordijnen. Zij bewaken de straat en bespieden de buren. Niet het heroïsch getuur van indianen naar de verre einder, speurend naar kuddes of sluipend gevaar. Niet het staren door wazige ramen, naar wuivend gebladerte van stervend groen, dwalend in melancholie en ander gezever.
Neen, ik hou enkel van het kijken. Het kijken alleen.
Het kijken met twee.

Voila!
Er komen hier de laatste uren nogal veel mensen binnen via wijvenblogs.be, dus ik dacht ik schrijf eens iets gevoelings. Iets romantisch. Voor mijn nieuw publiek…
Welkom dames, zet u, doe een kaarske aan… en koop een ticketje.

Mc Horror

Ik had enorm veel zin in junkfood. Mijn lichaam had daar blijkbaar enorm veel nood aan en wie ben ik dan om mijn lichaam daarin tegen te spreken. De frietjes, de mayonaise en de hamburger van de Mac Donalds gingen dan ook heel vlot binnen. De ijskoude cola was geniaal, de chickennuggets van een buitenaardse verukkelijkheid. Ik voelde mij één met het universum.
Tot een groep pubermeisjes mij uit mijn extatische ervaring rukte met:
‘EIKES, zo vies… BWAAACH, kijk daar. Om van te kotsen!’
Hun blikken waren op mij gericht.
Ik wreef over mijn gezicht: geen saus.
Mijn trui was ook niet besmeurd.
Lager? Neen, mijn broek was nog dicht, ik had op het toilet alles netjes opgeborgen.
AAAAH, maa joooong. Ik ga moeten overgeven ik zweer het u!
Ik keek achter mij en daar stond de schuldige. Een TV-toetsel dat in alle stilte een boeiende documentaire over een rottend paard afspeelde. Een rottend paard ergens in een schone afrikaanse vlakte. Met vliegen, stromende sappen en verscheurende hyena-muilen. Close-ups en idilische vergezichten wisselden elkaar op een kunstige manier af. Mooi in beeld gebracht. Duidelijk, dat ook. Wat kan een mens op zo’n moment nog doen?
Ik heb mij terug omgedraaid en onder luid gesmak mijn maaltijd verder naar binnengeslingerd. Met als kers op de taart: een vette knipoog naar de tafel hysterische pubermeisjes.
Zo, weer drie vegetariërs erbij. Dan word ik de volgende keer misschien nog sneller besteld aan de kassa van de Mc Do.

Hugo

Hugo is dood. Euthanasie, begod!
Misschien maakt dit grote verlies het onderwerp eindelijk eens bespreekbaar. Want er is de laatste tijd toch veel over gezeverd en geluld. Euthanasie heeft veel met eer en trots te maken. Dat moogt ge nen mens toch niet afpakken. Mogen we nog over ons eigen leven beslissen, alstublief. Goed zo, Hugo, het gaat je goed.
Nog een voordeel in dit geval, ze zullen niet erg lang moeten zoeken naar een schoon tekstje voor op het doodsprentje.